Wij gristen gretig vmohien wit den hof des ^ [Heeren, è verachtten laf ons ambt, verlieten onzen post; § omhingen 't kale lijf met koninklijke Meeren, èterwijl Gij, Koning.' zelf met spotkleed wordt § \ [gedost, èWij weigerden hartstochtelfk in heet è Ibegeeren g) en swoelen lust naar zond ...